Dichter van de Hoeksche Waard 2025

Gedicht van de maand maart

De bomen

De bomen – 

ze steken knokige winterhanden

uit de grond, grijpen naar elkaar, 

tekenen met de fijnschrijver van het lage licht

hun handafdruk op de sleetse dijken,

reiken naar het blauw met gerafelde vingers,

reiken naar het licht.

De bomen – 

ze bewaren in de kom van een hand 

de wildgroei van een nest, 

laten aan de wolken zien 

waar de vogels wonen,

en wachten tot de lente komt, 

wachten, een winter lang –

de bomen, 

de stilstaande bomen.

En de vogels,

de bewegelijke, luchtdansende, lichtvleugelige vogels?

Nog even en ze komen.

Van heinde en ver.

Ze komen.

Liesbeth Goedbloed

Foto: De oeverlanden, Anita Van Ree Schippers.

Gedicht van de maand februari.

Tweede leven

“Knotwilgen Korteweg krijgen tweede leven bij Bosweg” – Het Kompas, 5 februari 2025

Bij het manifest: stop het doorplaatsen van kinderen in Jeugdzorg

Zo gaat dat soms met bomen:

ze graven je niet uit met de hand, 

ze hebben een machine die net zolang

aan je stam schudt tot je wortels loslaten 

en je hangt in die metalen omhelzing. 

Je wortelgestel, breekbaar als oud haar,

veel te teer voor lucht en licht,

wordt omzwachteld met natte jute.

En dan gaan jullie uit rijden:

ergens anders gaapt de aarde naar je wortels 

en je begint aan een tweede leven:

ze zetten je neer, gieten je nat,

dekken je toe, komen kijken hoe je het doet, 

of je je al kunt hechten 

aan deze nieuwe grond. 

Zo gaat dat soms met bomen.

Zo gaat dat soms met kinderen:

op een dag komen ze je halen, 

onaangekondigd.

Je moet mee, zeggen ze, 

je kunt niet blijven, nee.

Waarheen, wil je vragen.

Waarom, wil je vragen.

Maar je hebt geen stem

en zij hebben geen antwoorden,

wel twee vuilniszakken voor je spullen.

En je begint aan een derde, vierde, vijfde, zesde leven, 

Het went wel, zeggen ze.

Geloof me, zeggen ze.

Het komt goed, zeggen ze.

En het blijft goedkomen: 

je krijgt weer een nieuwe kamer,

ligt weer in een ander bed,

knikt om hen gerust te stellen 

en probeert te wennen aan al die 

nieuwe gezichten, nieuwe stemmen –

maar het dekbed hier ruikt anders,

het lamplicht valt anders,

de trap kraakt anders,

alleen je knuffel is nog bij je,

maar weet ook niet waarom je weg moest. 

En als de bel gaat, kijk je, kijk je,

en elke dag wil je vragen waarom,

maar je vraagt niets, want alleen als je lief genoeg bent,

mag je blijven. 

Zo gaat dat soms met kinderen.

Liesbeth Goedbloed